PION

Klasse Organisatie

Home > Nieuws > Inbouw vuilwatertank

HoofdMenu

Algemeen
Kalender
Technische Info
Nieuws
Klassevoorschrift.
Vraag en aanbod
Foto album
Forum
Uitslagen
Trim gegevens
Pionnenboek
Klustips
Wiedoetermee ?
Wij doen mee ?
Pionwinkel
Pion op LinkedIn
Gebruikersnaam

Wachtwoord

Inbouw vuilwatertank

Nu staatssecretaris Van Geel op 3 september met een pennenstreek de vuilwatertank vanaf 1-1-2009 voor bestaande recreatievaartuigen verplicht heeft gesteld, kan het geen kwaad na te gaan wat er voor Pion-bezitters te doen staat. In de eerste plaats is het niet echt zo dat de vuilwatertank verplicht is. Er is sprake van een ‘lozingsverbod’ voor recreatievaar-tuigen (of technisch gesproken het opheffen van de uitzonderingstoestand voor recreatie-vaartuigen van het lozingsverbod dat stamt uit 1974). Er zijn geen voorschriften hoe dit lozingsverbod moet/kan worden opgelost.

 

In het Plan van aanpak, dat als bijlage bij het besluit van Van Geel wordt gegeven, blijkt ook dat er feitelijk geen sprake is van een hard voorschrift voor de inbouw van een vuilwater-tank. Letterlijk staat er:,,Implementatie van dit lozingenverbod voor recreatievaartuigen door middel van handhaving is moeilijk aangezien dit alleen mogelijk is bij heterdaad-situaties bij zo’n 265.000 pleziervaartuigen, die nergens geregistreerd staan. Het volledig afsluiten van de afvoerleiding van de vuilwateropslagtank direct naar het oppervlaktewater lijkt niet mogelijk vanwege toervaarten naar het buitenland. Voorlichting speelt daarom een essentiële rol om een maatschappelijk draag-vlak te creëren voor een dergelijk lozingen-verbod, waardoor er een sociale controle door de watersporters zelf gaat ontstaan.’’

 

Nog even voor de goede orde: het gaat alleen om faecaliën-houdend water. De gootsteen, wasbak en douchebak mogen gewoon blijven lozen op het buitenwater. Dit zogenaamde ‘grijswater’ is vooralsnog van geen belang voor de kwaliteit van het oppervlaktewater.

 

Wie lak heeft aan sociale controle of aan het maatschappelijk draagvlak, negeert het hele lozingsverbod en doet of er niets veranderd is. Zeker Pion-bezitters die voornamelijk op zee of op de grote rivieren zeilen, kunnen er zo over denken. Dit geldt temeer omdat de beroepsvaart vooralsnog is uitgezonderd van de maatregel. (In de praktijk hebben veel moderne Rijnschepen wel een vuilwatertank en maken er ook gebruik van. Maar de meeste spitsen en Kempenaars lozen nog rechtstreeks naar buiten.)

Maar wie voornamelijk op binnenwateren zeilt en gevoelig is voor hoe zijn mede-clubleden over hem denken, zal toch over een jaar of wat aan vervanging van zijn simpele (over)boordtoilet denken. Ruwweg staan er drie opties open. De eerste is de genoemde vuilwatertank. Die zal geregeld bij het innamepunt in de jachthaven geleegd moeten worden. In de weekends kunnen daar nog leuke wachtrijen ont-staan. We komen er straks op terug.

 

Een tweede oplossing is het vervangen van het boordtoilet door een chemisch toilet, zoals in een (Europese) caravan. Dat is een radicale stap, waarbij varen op zee een stuk moeilijker wordt. Een klotsend chemisch toilet op een schip dat 30 graden helt, is geen aanrader. Daar staat tegen-over dat op zee de inhoud van het toilet wel gemakkelijk overboord kan gezet worden. Een voordeel van het chemisch toilet is ook dat je niet in de wachtrij bij het innamepunt hoeft. Je neemt de tank van het chemisch toilet desnoods mee naar huis. Gebruik dan wel de enzymatische (biologische) ‘chemicaliën’ voor het chemisch toilet.

Die zijn ook prima en belasten het riool niet. Een groot voordeel van het chemisch toilet is verder dat de twee huiddoorvoeren in de toiletruimte dicht kunnen. Weer twee zwakke punten minder.

 

Een andere optie is het ecotoilet of nonolet dat door de Twaalf Ambachten gepromoot wordt. Het is geen wereldvreemde op-lossing – de Hiswa verleende er afgelopen jaar de Hiswa-award aan. In essentie lijkt het nonolet op een chemisch toilet. Het zijn allebei dozen zonder slangen naar buiten. Maar bij een nonolet (van Latijn: non olet – stinkt niet) worden urine en faecaliën van elkaar gescheiden.

De urine wordt apart in een tankje opgevangen (en kan op een stil moment overboord gezet worden, de bacteriële vervuiling van urine is nihil). De faecaliën worden steeds afgedekt met absorberend papier en licht aangestampt. Door het vochtabsorberend papier (een paar lagen dik toiletpapier zijn voldoende, maar er zijn ook speciale ronde nonoletpapieren te koop) ontstaat een tamelijk droge en niet al te stinkende koek, die in een plastic zak afgevoerd kan worden naar de afval-container. Er zijn ook zakken van bio-plastic, waardoor de faecaliën-koek ook naar de biobak kan. In lichtingen zijn te krijgen bij www.de12ambachten.nl, klikken op ‘nonolet’.  Er is nog niet veel ervaring met het gebruik van het nonolet op zeilschepen. Persoonlijk sta ik er sceptisch tegenover. Vooral gasten en kinderen zijn het probleem. Maar als het werkt, ben je tamelijk onafhankelijk en het is milieu-vriendelijk.

 

En nu weer terug naar de vuilwatertank, de oplossing die zich op zeegaande zeilschepen al lang bewezen heeft. In de Verenigde Staten is de vuilwatertank al jaren verplicht, zelfs voor schepen die ankeren bij een eiland op zee. Zou zo’n vuilwatertank ook goed in te bouwen zijn in een Pion en waar zou hij moeten komen?

 

In principe is er in de bakskist voldoende ruimte. Het is alleen jammer dat bij de meeste Pionnen naast het toilet de speciale ingehangen bakskist voor het reddingsvlot zit en daarachter de brandstoftank. Op grotere afstand werken met leidingen is natuurlijk mogelijk, al krijg je dan veel loze ruimte. Denkbaar is om de onderkant van de ‘grote’ bakskist in te richten als vuilwatertank. Dan wordt de grote bakskist minder diep, maar dat kan evenzogoed een voordeel zijn.

De vuilwatertank zit dan wel onder de water-lijn. Er kan niet passief geloosd worden op zee – er moet een goed functionerende pomp aanwezig zijn.

 

Maar mijn eigen gedachten gaan eerder uit naar een andere plaats: naar de ruimte die achter de toiletpot in de Pion zit. Dat is een ruimte die deels onbenut is en deels door een schuifkastje wordt ingenomen. Het voordeel van deze plaats is dat hij boven de waterlijn zit, waardoor de vuilwatertank op zee in principe zelflozend is en gekozen kan worden voor een constructie zonder extra pompen en zonder driewegkraan.

 

De constructie die ik voor ogen heb, gaat uit van een vuilwatertank waarbij het huidige schuifkastje verdwijnt. Dan is het volume groot genoeg (tussen 30-50 liter) om voor een week of wat vuilwater op te slaan.

Er komt dan een tank in de rug van de gebruiker van de wc. Mogelijk is er nog ruimte voor een smal schuifkastje boven de vuilwatertank, net genoeg voor wat rollen wc-papier.

 

Ik ga uit van het volgende principe. De wc en de wc-pomp blijven gewoon op hun plaats. Ook de beide doorvoeren door de huid van spoelwater en van te lozen water blijven op hun plaats. Het verschil is dat de pomp nu het wc-water niet rechtstreeks naar buiten pompt maar naar de vuilwatertank. Er is een leiding van de vuilwatertank naar het bestaande loosgat door de huid, zodat op zee de tank ook weer gauw en geheel vanzelf leegloopt. Op zee verandert er dus niets. Er blijft ook niets achter in de vuil-watertank, vooral als bij de aanleg daarvan rekening is gehouden met een zekere schuine afloop in de richting van de loos-opening. (Bij veel vuilwatertanks speelt het probleem van het uitzakken van het wc-papier. Als de tank daarna droog gezet wordt ontstaat vaak papiermaché dat steeds harder wordt. Zaak is dus om de vuilwater-tank goed leeg te krijgen. Of anders juist goed nat te houden. Geregeld doorspoelen is altijd goed.)

 

In havens en binnenwateren gaat de loos-opening door de huid dicht. Ik stel me voor dat de kogelafsluiter bij de huiddoorgang intact blijft en dat er ook kogelafsluiters aan de in- en uitgangen van de vuilwatertank komen. Die laatste zijn er vooral voor probleemsituaties, ze hoeven in principe zelden gebruikt te worden. In binnenwateren en havens wordt de vuilwatertank geleidelijk volgepompt met vuilwater. Er zal een ont-luchtingsleiding nodig zijn om de druk te verevenen. Wie een goede suggestie heeft voor de plaats van de ontluchtingsnippel, moet het laten weten. Ik vrees dat het gewoon op dek wordt. Wat zeker op dek komt is een dop voor de slurper van het innamepunt. De dop sluit een pijp af die vlak boven de bodem van de vuil-watertank eindigt. Aan te raden valt deze pijp zo recht mogelijk te houden in verband met het verhelpen van verstoppingen..

 

Het aardige van deze constructie is dat alles heel eenvoudig blijft. Geen drieweg-kranen,geen faecaliën-pomp, en in het dagelijks gebruik verandert er ook heel weinig.

 

Voor de bouwer rijst nu de vraag: van welk materiaal moet de vuilwatertank gemaakt moet om de ruimte achter de toiletpot goed te benutten? Wie geld genoeg heeft zou een lasbedrijf in de arm kunnen nemen om een roestvrijstalen tank te laten lassen met alle rondingen die de scheepshuid achter de toiletpot heeft. Maar ik denk dat het een dure tank gaat worden. Een oplossing waar ik zelf aan denk is om de bekleding van de scheepshuid achter de toiletpot weg te nemen en de scheepshuid (mits eerst versterkt met epoxy en glasweefsel) rechtstreeks te gebruiken als achterkant van de vuilwatertank. De tank zou dan uit epoxy, hout en glasweefsel gemaakt moeten worden. De bovenkant van de tank zou een inspectieleuik moeten bevatten. Persoonlijk denk ik aan roestvrijstaal, maar misschien zijn er ook goede kunststoffen.

 

De vraag is nu: is een faecaliëntank van hout en epoxy voldoende gasdicht om de stank van faecaliën af te sluiten? Sommige kunststoffen zijn weliswaar waterdicht, maar niet stankdicht. Zijn er mensen die commentaar hebben op deze constructie? We hebben nog te tijd tot 2009, dus het oude boordtoilet heeft nog niet afgedaan.

 

Rob Biersma (Kapmeeuw)



Dutch Web Solutions ©2003