Pion Marina in de Fastnet 1979

Een persoonlijke nautische en taktische terugblik op de zwaarste en meest fatale oceaan zeilwedstrijd in 84 jaar — aan boord van de Pion ‘Marina’.

Frédéric L.M. Nabbe  ·  De Drietand, december 2009

Redactionele noot: Dit artikel is gepubliceerd in december 2009 in De Drietand, het blad van de Nederlandsche Vereeniging van Kustzeilers. De Fastnet Race van 1979 vond destijds 30 jaar eerder plaats — verwijzingen naar ‘dertig jaar geleden’ slaan op die publicatiedatum.

Het verhaal in het kort

In augustus 1979 voer het Pion-klasse jacht Marina van Joan van der Waals de beruchte Fastnet Race. Halverwege de oversteek van Land’s End naar Ierland werd de vloot overvallen door een orkaan van Beaufort 12 — de zwaarste ramp ooit bij een zeilwedstrijd.

303deelnemende jachten
15omgekomen zeilers
194jachten gaven op
1finisher in klasse V

De Marina lag twee keer knockdown — één keer met een slagzij van 120°, de tweede keer bijna over de kop. Schrijver Frédéric L.M. Nabbe deed het relaas op uit het scheepsjournaal.

Overzeiler Fastnet Race 1979 met route van de Marina
Overzeiler van de Fastnet Race met de route van de ‘Marina’ aangegeven met tijden en logstanden
Route van de Marina — Cowes naar Plymouth 1. Start Cowes (11.08) 13.30 2. Anvil Pt. 17.50 3. Portland Bill (12.08) 01.30 4. Start Pt. 15.00 5. Eddystone 19.30 6. Lizard Hd. (13.08) 04.00 7. Seven Stones 14.20 8. Labadie Bank (14.08) 02.15 9. 18.15 10. Longships (15.08) 09.55 11. Lizard Hd. 14.00 12. Finish Plymouth (16.08) 03.40

De Fastnet Race

In 1925 was het de eerste maal dat deze race startte. Zij is tot 1931 jaarlijks gezeild. Daarna werd dat twee-jaarlijks, met een onderbreking in de oorlogsjaren 1941, ’43 en ’45. Van 1957 tot 2005 was het de climax van de vijf wedstrijden om de Admiral’s Cup. Sedertdien staat de Fastnet Race weer geheel op zichzelf. ‘De Fastnet’ is volgens ondergetekende de moeder van alle zeezeilwedstrijden en het is daarom voor iedere zeiler een uitdaging om er aan deel te nemen.

De wedstrijd loopt vanaf Cowes op het eiland Wight om de west naar de Scilly Isles, via de Fastnet Rock, de Bishop Rock, naar de finish bij de Plymouth breakwater. De afstand is 605 zeemijlen. Aan de 28ste editie namen 20 Nederlandse jachten deel, waarvan er 5 finishten. Het guardship was de Nederlandse onderzeebootjager Hr. Ms. ‘Overijssel’.

De Marina in de race

Met het Pion-klasse jacht ‘Marina’ van Joan van der Waals, namen wij deel in klasse V (28-32 voet). Met een rating van 20,8 en een scheepslengte van 9 m., waren wij het op 19 na kleinste jacht van de vloot. Onze bemanning bestond naast Joan uit Silvia Völker, Nestor Völker, René Faber en ondergetekende.

Geheel onverwacht stak halverwege de oversteek van Land’s End naar Ierland een zware storm met orkaankracht op.

Geheel onverwacht stak halverwege de oversteek van Land’s End naar Ierland een zware storm met orkaankracht op. Daardoor finishten er slechts 85 van de 303 starters en in onze klasse V maar één van de 58. In totaal zijn er 15 man omgekomen, waarvan één Nederlander, de 23-jarige Gerrit Jan Willering, die aan boord van de ‘Veronier II’ de wacht had toen op maandagnacht de ook aan ons bekende freak wave over zijn schip rolde, waarbij zijn lijfseizing brak en hij ondanks zoeken helaas niet op tijd is teruggevonden.

Hr. Ms. ‘Overijssel’ was na de helicopters, het schip dat van alle hulp biedende schepen de meeste drenkelingen wist op te pikken. Op 8 januari 1980 reikte de Britse premier Margaret Thatcher de British Silver Anchor Award uit aan Hr. Ms. ‘Overijssel’ voor haar performance in 1979.

Vanaf de late avond van maandag 13 augustus tot en met donderdag 16 augustus vond in de Western Approaches de grootste reddingsoperatie plaats die ooit voor een zeilwedstrijd is georganiseerd. Het betrof een oppervlak van ongeveer 20.000 vierkante zeemijl, 4000 man namen deel en 80 schepen boden hulp, waarbij 136 bemanningsleden zijn gered.

De winnaar in corrected time was het jacht van Ted Turner, de ‘Tenacious’. De elapsed time winnaar, de 77 voeter ‘Condor’ (71h.25m.23s.), verbeterde het Fastnet Race record met bijna acht uur.

Klasse V startte als eerste op zaterdag 11 augustus ten 13.30 uur. Met veel zeilwisselingen en voornamelijk lichte, variërende winden maakten we een prachtige zeiltocht langs de Engelse zuidkust — Anvil Point, Portland Bill, Lyme Bay, Start Point, Lizard Head, Mounts Bay en Land’s End — waarbij we alle mogelijke meteorologische toestanden meemaakten van windstilte tot harde wind, mist tot uitstekend zicht.

De storm komt op

De Fastnet Rock met vuurtoren, aquarel
De Fastnet Rock met vuurtoren naar een aquarel (2000), 54 × 31 cm, door Ramón García-Lastra Merino

Voor het eerst horen we van een snel over de Atlantische Oceaan trekkende nog ondiepe depressie, die vanuit Amerika de Ierse kust naderde.

We zeilen dan op de gis met veel mist langs de kust van Cornwall en wisselen dikwijls van zeil omdat het geen standvastig weer is.

Op maandagochtend voorspelt de Shipping Forecast windkracht 4-5. We zeilen dan op de gis met veel mist langs de kust van Cornwall en wisselen dikwijls van zeil omdat het geen standvastig weer is. Voorbij Land’s End begint de wind toe te nemen. Maar op de eerste platvoet (1600-1800 uur) is het volledig stil — het kan de stilte vóór de storm zijn. De Shipping Forecast waarschuwt nu voor ‘Fastnet and Irish Sea: Wind SW 4 to 7 and locally strong gale 9, imminent’.

Dinsdagochtend, aan het begin van de hondenwacht (00.00-04.00 uur), geeft zowel de Shipping Forecast als France-Inter voor onze area een stormwaarschuwing, zuidwesten wind ruimend naar west 7, plaatselijk toenemend tot 9 à 10, buiig, goed zicht. Tevens meldt de BBC het verdrinken van twee bemanningsleden van Fastnetracejachten, en dat de SAR standby is. De barometer zakt snel naar 991 mb.

Om 02.15 uur, over stuurboord hoog aan de wind zeilend, boven de Labadie Bank breekt een monstergolf dwars over het schip en legt ons daarbij knockdown op de stuurboordszij, waarbij de mast geruime tijd onder water blijft bij een slagzij van minstens 120°. De beide bemanningsleden aan dek worden in het water geslingerd, maar kunnen zich dankzij hun lijfseizing aan boord hijsen wanneer het schip weer overeind komt. René maakte met zijn gewicht van meer dan 90 kg een gigantische zwaai, waarbij de officieel goed gekeurde haak van de lijn ‘langzaam openboog en brak’. Silvia, de roerganger, lag onder in de stuurkuip, maar zat nog vast aan haar lijfseizing. Ondertussen haalde Nestor, heel wijs, de vaart uit het schip door de vallen en schoten van genua en grootzeil los te gooien.

Na de eerste knockdown

Behalve wat blauwe plekken had niemand zich ernstig bezeerd en ook het schip had geen schade opgelopen. Alleen het kompaslicht was uitgevallen. Dat we goed onderste boven gelegen hebben, blijkt ook uit het feit, dat we véél later de redelijk moeilijk te verwijderen smeerolie-peilstok van de motor in het vooronder terugvonden. De barometer stond op 981 mb.

Als navigator, gekleed in oliepak, ‘sliep’ ik bij deze calamiteit aan de lage kant in de hondenkooi achter de kaartentafel. Het binnen stortende water had zo’n kracht, dat het onmogelijk was hier tegenin naar buiten te gaan. Tijdens de zware slagzij lag ik plat op mijn rug achter in de kooi tegen de onderkant van het bovendek aangeleund. Dit alles ging gepaard met een oorverdovend lawaai en het dwarsuit verzetten van het gehele schip met zoveel stoten, botsingen en ‘schuivende’ geluiden, dat het leek, dat we in aanvaring waren gekomen met een groot koopvaardijschip.

Na een korte scheepsraad besloten wij de storm af te rijden via de vierde optie: running off under bare poles with wharps streamed — lenzend voor top en takel met achteruit een zeeanker gestroomd. Dat heeft waarschijnlijk ons leven gered.

De windmeter staat al lange tijd vast op het maximum van 64 knopen — dus orkaankracht Beaufort 12. De geschatte maximum golfhoogte is 40-44 voet, maar er zijn uitschieters van 50-60 voet. De barometer zakt naar 980 mb. De zee is volkomen wit.

De Marina in volle zee op haar maiden race
De ‘Marina’ in volle zee op haar maiden race met de ontwerper aan het roer

Om 07.35 maakt ons schip een pitch poling beweging (over de kop gaan), die plotseling stopt, als boven ons achterschip een geweldig hoge en aan de voorzijde héél steile golf met een enorme 3 m hoge witte kam breekt. Ik keek naar boven en zag recht boven mij op een hoogte van bijna tweemaal onze vijftien meter hoge mast een onvoorstelbaar grote greyhound of the sea heel snel naar ons toe rollen en grommen. Ik schreeuw boven al het lawaai uit: ‘Houd je vast’.

De tweede knockdown

Het schip krijgt weer zware klappen te verduren en wordt een aantal malen in zijn geheel verzet, of zoals Joan het meer plastisch uitdrukte: ‘Het voelde binnen aan als een soort schroefbeweging naar beneden met eeen draaiing dwars uit’. Alles gaat gepaard met een oorverdovend geweld, geraas en gefluit.

Ik probeerde het bovenste deel van het kajuitdeurtje met mijn gewicht op zijn plaats te houden. Maar val dan met een harde smak, samen met groen water en heel veel zeeschuim ongeveer drie meter omlaag — het schip stond bijna op zijn kop — en kom ik terecht tussen het vooronderschot, de stuurboordskooi en de mast. Even werd het donker. Mijn linker been deed lelijk pijn, maar was gelukkig nog heel.

Ons geluk was, dat de breker op het achterdek viel en daardoor zoveel gewicht op het achterschip plaatste, dat we weer horizontaal kwamen te liggen voor zij werkelijk kon gaan pitch pollen.

Ons geluk was, dat de breker op het achterdek viel en daardoor zoveel gewicht op het achterschip plaatste, dat we weer horizontaal kwamen te liggen voor zij werkelijk kon gaan pitch pollen. Door het plotseling ophouden van de stampbeweging, brak het waterstag met beslag en al van de mast af. De stuurboordszaling is erg verbogen.

Nestor, die in de stuurboordskooi sliep, heeft niet alleen tegen het vooronderschot op zijn hoofd gestaan, maar kreeg de volle lading water op zich. De kreet ‘pompen of verzuipen’ was op z’n plaats. We hozen uitermate effectief met pannen, provisorisch met een schroevedraaier als lenspomphandle. Om 08.30 is de kajuitvloer weer watervrij.

Binnen is de ravage véél groter dan bij de eerste knockdown. Het is werkelijk onbeschrijfelijk wat de zee in korte tijd kan huishouden. De vele glasscherven maken het bovendien gevaarlijk om op te ruimen.

De terugtocht naar Plymouth

De Fastnet Rock
De Fastnet Rock

We halen de trossen en het zeeanker binnen. Op de achtermiddag voorspelt de BBC Shipping Forecast ‘WSW 7 to 9, later decreasing to near gale or gale force 7-8’. De zee is niet meer zo gigantisch hoog. Daarom hijsen we om 18.15 uur het grootzeil met 3 reven en een stormfokje. Met onze averij hoeft er niet meer aan een Fastnet Race gedacht te worden.

Woensdagochtend ten 02.35 uur krijgen we zicht van het lichtschip Seven Stones. Ons gegist bestek bleek op tien mijl nauwkeurig, ondanks de met zout water doorweekte en verfrommelde zeekaarten. Een helicopter draait een paar rondjes om ons heen en gaf ons met armseinen bericht ‘s.y. Marina O.K.’ aan onze next of kin door. De hele nacht hebben we vliegtuigen, helicopters en schepen met schijnwerpers zien zoeken.

Op donderdagochtend 16 augustus sturen we de Plymouth Sound binnen. Worden nabij de Plymouth Breakwater door een motorjacht op sleeptouw genomen — onze motor start niet meer door de wateroverlast. Meren af in de outer basin van de Millbay Docks na 434 zeemijlen in 111 uren: afgerond 4,5 dag met een gemiddelde vaart van 3,9 knopen. Drie uur na onze binnenkomst stak de volgende storm al weer op. Gelukkig lagen we deze keer in de binnenhaven. We hesen de vlag halfstok.

Lessen en reflecties

Van het verleden kunnen we leren wat we in de toekomst beter moeten doen. In de periode 1963 tot 1979 werd het ons duidelijk, dat de schepen voor een zware Fastnet geleidelijk aan te licht werden gebouwd. Maar juist in díe jaren waren er geen grote stormen. Toch heeft de historie zich herhaald: de Channelstorm 1956, de Fastnet 1957, de Fastnet 1979, de Queen’s Birthday Storm 1994 en de Sydney Hobart Race 1998.

Nooit mag men vergeten dat de zee altijd de zee zal blijven en respect zal vragen. Je moet op extremen voorbereid zijn. Een plotseling in enkele uren opstekende ‘Great Storm’ is beslist niet altijd voorspelbaar.

Uit de tabellen blijkt de algemene regel nummer 1 opnieuw bewezen: met de order ‘Schip verlaten’ zo lang mogelijk wachten. Van de 24 verlaten jachten zijn er later 19 drijvend teruggevonden! Op de ‘Marina’ hebben we meegemaakt dat tot op de meest onbegrijpelijke plaatsen vlijmscherpe glasscherven lagen. Ook bleken niet alle kastjes voldoende vergrendeld — zelfs de klep van de kaartentafel ging open om alle zeekaarten er uit te gooien. De Special Regulations van de Offshore Racing Council zijn beslist uitstekend om als checklist te gebruiken.

Een verhaal uit de Oude Tijd illustreert dit het best. Drieduizend jaar geleden antwoordde een phoenisische schipper aan een verwonderde toerist: ‘Hier in de rust van de haven kan ik alles terugzetten waar het hoort te staan. Als er dan op zee een storm opsteekt, weet ik alles in de kortst mogelijke tijd terug te vinden, want dan zal er geen tijd meer zijn om te gaan zoeken…’

— Frédéric L.M. Nabbe

Noten

² Diepte van 62 m, die volgens onderzeedienstervaring best in relatie kan staan tot de golfbeweging aan de oppervlakte.

⁴ Pitch poling is over de kop gaan.

Geraadpleegde literatuur

  • Ian Dear: Fastnet: the story of a great ocean race. London, Batsford Ltd., 1981.
  • Sir Hugh Forbes e.a.: 1979 Fastnet Race Inquiry RYA-RORC. London, 1979.
  • F.L.M. Nabbe: De Fastnet race, enige navigatorische en meteorologische beschouwingen. Den Haag, ANWB, 1979.
  • John Rousmaniére: Fastnet Force 10. Lymington, Nautical Publ. Co., 1980.

Bijlagen: statistieken Fastnet Race 1979

Klasse0IIIIIIIVVTotaal
Totaal starters145653645858303
Totaal opgegeven11930524448194
Totaal finishers13362366185
Vermiste bemanningsleden66315
Jacht verlaten maar teruggevonden147719
Jacht verlaten en gezonken2125
Totaal Nederlandse starters3646120
Totaal Nederlandse finishers1315

De Nederlandse deelnemers

Kl.NaamFin.Plaats
IScaldis (S.T. Nauta)
IFormidable (P.W. Vroon)+6
ISchuttevaer (J.C.W. van Dam)
IISarabande (J.J. Hozee)+20
IIDagger (J.L. Dolk & Th.E.W. Vinke)+17
IISchollevaer (W. Deerns & F. Eekels)+6
IISpica (W.L. Rivière)
IIBelita VII (J.S. Bouman)
IIGoodwin (J.N. van Drongelen)
IIIVeronier II (C.J. Vroege)
IIIPepsi (J.J. Smith)
IIICroix du Cygne (K. van Exter)
IIIZeehaas (M.J.F. Vroon)
IVDrakkar (R. Morelisse)
IVKarimata (E. Blokzyl)+5
IVEn Passant (M. Postma)
IVDumonveh (G. Messing)
IVSandettie II (J. Krygsman)
IVElessar II (W.P.J. Laros)
VMarina (J.H. van der Waals)

Hoe de 136 drenkelingen zijn opgepikt

  • Helicopters: 73 man, waarvan één overleden.
  • Hr. Ms. ‘Overijssel’: totaal 15 man gered, 2 deceased slachtoffers.
  • HMS ‘Anglesey’ redde de crew van één jacht.
  • Visserschepen redden twee bemanningen; een offshore supply vessel de bemanning van een jacht.
  • Coaster ‘Nanna’ redde twee drenkelingen; drie anderen konden de loodsladder niet meer opklimmen.
  • Twee bemanningen gered door jachten ‘Lorelei’ en ‘Moonstone’.
  • Jacht ‘Dasher’ nam beschadigd jacht op sleeptouw; dat kapseisde later, waarna de bemanning opnieuw door ‘Dasher’ werd gered.
Gedenkteken Fastnetrace 1979
Gedenkteken voor de slachtoffers van de Fastnetrace 1979, Cape Clear, Ierland